Iedereen kent wel de zandafgraving aan de Laan van het Kwekebos die bekend staat als ‘het Gat van Jansen’. De naam is ontleend aan Franz Jansen, die aan ‘het gat’ woonde en met een wegenlijnbedrijf, op hetzelfde terrein gevestigd, zijn boterham verdiende.

Omstreeks 1927 begon Hendrik Kremer (1890-1969) achter de boerderij van zijn ouders met een zandafgraving. In een vergunningsaanvraag uit 1957 staat: ‘dat op bedoeld terrein al meer dan 30 jaar scherpzand wordt gedolven’.  Was ‘Gat van Kremer’ misschien een betere volksnaam geweest? Vanaf 1946 werd de zandgroeve onder andere geëxploiteerd door Albert Blaak (de stiefzoon van Hendrik). Vier jaar nadat Blaak naar Canada was geëmigreerd, vroegen Hendrik Kremer, H.W.G. Hoogwater (directeur NV Kliphuis Bouwmaterialenhandel) en bedrijfsleider Willem Kuiper, onder de naam ‘Zandzuigbedrijf Emmen’, opnieuw een vergunning aan om hier te mogen delven.



(foto: Gemeente Archief Emmen)

Bijzonder terrein

Volgens de nieuwe regelgeving van 1948 moest een zandgroeve voorzien worden van een deugdelijke afrastering met een beweegbaar en afsluitbaar hek nabij de toegang. Terreingedeelten die niet meer in gebruik waren, moesten worden beplant. Dit alles in nauw overleg met de dienst Gemeentewerken, op straffe van het vervallen van de vergunning. Het gevolg van de afsluiting was dat de natuur tientallen jaren vrijwel ongestoord haar gang kon gaan. Er kwamen bijzondere planten te groeien, terwijl zeldzame dieren er hun leefgebied van maakten. De waterplas, zoals we die tegenwoordig kennen, bestond voor 1951 nog uit afzonderlijke zandgroeves. In de daarop volgende jaren werden die samengevoegd.

Het gat moet waardevol blijven

In de omgeving waren diverse lieden ook lukraak begonnen met het delven van zand met alle gevolgen voor de natuur. Daaraan moest paal en perk worden gesteld. Zandwinning werd alleen nog toegestaan op die plaatsen die na de zandwinning kansrijk waren om als waardevol gebied over te blijven. Met waardevol werd niet woningbouw bedoeld. In 1957 kregen B&W een advies van G. Maas, directeur van gemeentewerken, om de Nederlandse Heidemij een plan te laten voorbereiden voor realisatie van een recreatief centrum in het afgravingsgebied. Doel was te voorkomen: ‘dat het landschapsschoon van een uitgestrekt gebied, met aantrekkelijke hoogteverschillen en een bijzondere waarde voor recreatie, verloren zou gaan’(!)

Twee fabrieken

In de jaren zeventig viel er maar weinig zand meer te winnen, het delven stopte. Het Noorder Dierenpark toonde nog belangstelling om het natuurgebied te kopen maar dat ging niet door. In de jaren daarvoor waren aan de oostelijke kant van de voormalige zandgroeve twee fabrieken gebouwd. Het waren de NV Beton en Trabowoningfabriek Emmerschans en de NV Paralith. Beide fabrieken gebruikten gewonnen zand als grondstof voor hun product. In het gebouw van Paralith vestigden zich later meerdere bedrijven. De bekendste is wel het wegenlijnbedrijf Herder en Jansen, van eigenaar Franz Jansen. In de volgende Wijkberichten meer hierover.



Wijkberichten Emmerhout 2024 I 4